FAQ

Openbaar bestuur / bouwheer / nutsmaatschappij / waterloopbeheerder

  • Schakel een erkende bodemsaneringsdeskundige (eBSD) in voor de opmaak van een technisch verslag.
  • Bezorg de erkende bodemsaneringsdeskundige de beschikbare info over het terrein: historiek van het terrein (huidige & voormalige activiteiten), bestaande bodemonderzoeken ...
  • Bezorg de erkende bodemsaneringsdeskundige gedetailleerde informatie over het te realiseren project: de te ontgraven/baggeren/ruimen zones, volumes en dieptes.
    Tip: laat uw ontwerper/architect een grondverzettabel overmaken aan de bodemsaneringsdeskundige die de deelvolumes beschrijft per fase of deelzone.
  • Het technisch verslag moet vervolgens conform worden verklaard door een erkende bodembeheerorganisatie zoals Grondbank vzw.
    Tip: vraag aan uw eBSD om de conformverklaring aan te vragen aansluitend op het finaliseren ervan.  (Het tijdstip van indienen heeft immers geen impact op de geldigheid van de conformverklaring.)
  • Voeg het technisch verslag en de conformverklaring toe aan het bestek, offertevraag, aanbestedingsdocumenten. Vraag aan uw studiebureau/architect om de juiste posten te voorzien in de meetstaat, aangepast aan de resultaten van het technisch verslag.

Met ‘bodemmaterialen’ wordt bedoeld:

  • Uitgegraven bodem die vrijkomt bij de uitvoering van grondwerken
  • Bagger- en ruimingsspecie
  • Bentoniet/grondmengsels die vrijkomen bij de uitvoering van grondboringen, gestuurde boringen
  • Grondbrij afkomstig van het triëren en wassen van teeltgewassen uit de vollegrond (voedingsindustrie)

U bent verplicht om een technisch verslag op te laten maken voor bouw- of infrastructuurproject en bagger- of ruimingswerken waarbij bodemmaterialen zullen vrijkomen. Dit geldt ook voor de bodemmaterialen die vrijkomen tijdens de uitvoering van gestuurde boringen of diepteboringen, waarbij er een opmenging met bentoniet optreedt. 

Er zijn echter een aantal uitzonderingen (art. 173) waarvoor de opmaak van een technisch verslag niet verplicht is.

  1. De bodemmaterialen zijn afkomstig van een niet-verdachte grond en het totale volume bedraagt minder dan 250 m³. (Het totale volume heeft betrekking op het volume bodemmaterialen dat uitgegraven, gebaggerd of geruimd wordt of afkomstig is van het triëren en wassen van een oogst uit volle grond. (Het volume is m.a.w. niet beperkt tot de grondoverschot die afgevoerd moeten worden, maar heeft betrekking op alle partijen die vrijkomen.)
  2. De bodemmaterialen zijn afkomstig van een verdachte grond, het totale volume bedraagt minder dan 250 m³ en de bodemmaterialen worden gebruikt binnen de kadastrale werkzone; 
  3. De bodemmaterialen worden binnen de zone voor gebruik ter plaatse opnieuw gebruikt, ongeacht het volume van de totale uitgraving;
  4. De bodemmaterialen worden uitgegraven, gebaggerd of geruimd in het kader van een bodemsanering en worden gebruikt volgens de voorwaarden van het conformiteitsattest van het (beperkt) bodemsaneringsproject.

Wanneer verschillende partijen, waarvoor per individuele partij de opmaak van een technisch verslag niet verplicht was, samengevoegd worden tot een samengestelde hoop, geldt alsnog de verplichting voor een technisch verslag van zodra de samengestelde hoop groter is dan 250 m³ (met uitzondering van grondbrij).

Art 158 van VLAREBO definieert ‘verdachte grond’ als volgt:

  1. Risicogrond: dit is een grond waarop een risico-inrichting gevestigd is of was zoals opgelijst in bijlage I van Vlarebo.
  2. Grond die opgenomen is in het Grondeninformatieregister, als in een bodemonderzoek in het vaste deel van de aarde van die grond concentraties van stoffen zijn aangetroffen die hoger liggen dan de richtwaarden voor de bodemkwaliteit voor het vaste deel van de aarde;
  3. Openbare weg, oude wegbedding en wegberm;
  4. Grond waarvoor aanwijzingen bestaan van de aanwezigheid in het vaste deel van de aarde van stoffen in concentraties die hoger liggen dan de richtwaarden voor de bodemkwaliteit van het vaste deel van de aarde, en die is aangewezen door de minister;
  5. Waterbodem van een oppervlaktewaterlichaam waarin huishoudelijk afvalwater of bedrijfsafvalwater wordt geloosd, of die hemelwater ontvangt dat afkomstig is van een gewest-, provinciale en snelweg.

Voor hergebruik van grond binnen de werf gelden iets soepelere hergebruiksmogelijkheden dan voor afvoer van grondoverschotten, echter nog steeds in overeenstemming met het standstill-beginsel: het hergebruik mag geen significante invloed hebben op de milieukwaliteit van de ontvangende zone. 

Een “kadastrale werkzone” bakent ruimtelijk de zone af waarbinnen een (licht) verontreinigde partij (binnen het project) hergebruikt kan worden in overeenstemming met dit standstill-beginsel.

De kadastrale werkzone(s) wordt afgebakend op het zoneringsplan door de erkende bodemsaneringsdeskundige.

De verplichting voor een technisch verslag en bodembeheerrapport is niet enkel vereist voor afvoer van grondoverschotten maar geldt ook voor hergebruik binnen de werf. Er zijn een aantal uitzonderingen voorzien, waaronder hergebruik binnen de zone voor gebruik ter plaatse.

Een zone voor gebruik ter plaatse is een zone waarbinnen de uitgegraven bodem op nagenoeg dezelfde plaats en dus onder dezelfde condities en in dezelfde toepassing wordt teruggelegd (art. 158, 13°).  Een zone voor gebruik ter plaatse kan worden afgebakend voor 5 concrete situaties:

  1. aanleg of het herstel van nutsleidingen,
  2. het herstel van oevers en dijkprofielen en
  3. het gebruik van uitgegraven teelaarde in vergunde ontginningen,
  4. het herstel van stranden en duinen na noodweer
  5. archeologisch onderzoek.

Voor deze situaties wordt in de code van goede praktijk omschreven onder welke voorwaarden het gebruik binnen een zone voor gebruik ter plaatse mogelijk is. Enkel onder die voorwaarden is géén technisch verslag en bodembeheerrapport vereist voor het hergebruik van de gronden binnen de werf.  

Overschotten van dergelijke werken vallen buiten de vrijstelling, hiervoor is wél een technisch verslag vereist. Dit kan door de gestapelde hoop op de werf zelf te laten bemonsteren of op een tussentijdse opslagplaats.

Een technisch verslag wordt opgemaakt onder leiding van een erkende bodemsaneringsdeskundige (eBSD). U vindt een lijst van alle eBSD op de website van de OVAM.

De grond-, ruimings- of baggerwerken mogen eventueel starten zonder dat er een technisch verslag werd opgemaakt.  Maar de bodemmaterialen mogen nog niet worden hergebruikt (ook niet binnen de werf). Het gebruik van bodemmaterialen kan enkel op basis van een technisch verslag en bovendien moet de aannemer (de uitvoerder van de werken) voorafgaandelijk aan het transport of de verplaatsing een grondverzettoelating aanvragen.  

Indien het niet mogelijk is om een technisch verslag te laten opmaken vóór de werken, kan u opdracht geven om de vrijgekomen bodemmaterialen af te voeren naar een tussentijdse opslagplaats, een grondreinigingscentrum of een inrichting voor opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie. De bemonstering van de bodemmaterialen en de opmaak van het technisch verslag gebeurt dan op deze inrichtingen.  Het transport ernaartoe valt wel onder de meldingsplicht.

Het blijft wel aangewezen om over het technisch verslag te beschikken vóór de werken (en voor aanbesteding), aangezien u enkel op die manier de gebruiksmogelijkheden kent, wat bepalend is voor de kostprijs.

Bodemmaterialen afkomstig van de openbare weg (met inbegrip van de berm) zijn per definitie verdachte grond. 

  • Het hergebruik van de bodemmaterialen in de sleuf waaruit deze afkomstig waren kan zonder technisch verslag en bodembeheerrapport: hiervoor geldt een vrijstelling voor technisch verslag (zone voor gebruik ter plaatse- FAQ 1.6).
  • De afvoer van de bodemmaterialen moeten wel gemeld worden bij een bodembeheerorganisatie, behalve voor transporten met een voertuigcombinatie met een MTM van minder dan 3,5 ton.

De melding dient in principe voorafgaandelijk aan het transport te gebeuren door de uitvoerder van werken. Maar steden, gemeentes en nutsmaatschappijen kunnen een overeenkomst afsluiten met een bodembeheerorganisatie om deze meldingsplicht op periodieke basis te vervullen. Dit geldt in de eerste plaats voor de werken die ze zelf uitvoeren, maar ook voor de werken uitgevoerd in het kader van hun raamcontracten. De aannemer moet de individuele transporten dan niet meer zelf melden.

Opgelet: dit geldt niet voor werken waarvoor een technisch verslag werd opgemaakt. In dat geval vraagt de uitvoerder van het werk grondverzettoelatingen aan voor gebruik van de gronden of doet hij zelf een grondtransportmelding naar een TOP/CGR/CSV, zodat de totale massabalans uit het technisch verslag kan opgevolgd worden.

Wij raden aan dat goede afspraken worden gemaakt tussen de opdrachtgever en de uitvoerder. De periodieke melding is niet verplicht. Indien de melding niet wordt overgenomen door de opdrachtgever (als periodiek melder) moet de uitvoerder van de werken alsnog zelf de meldingen doen.

De aannemer moet ten laatste bij de afronding van de werken de bodembeheerrapporten aan u overhandigen voor bodemmaterialen die werden hergebruikt binnen en buiten de werf én/of voor eventueel aangevoerde bodemmaterialen.

De afvoer naar een tussentijdse opslagplaats (TOP), een grondreinigingscentrum (CGR), een inrichting voor opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie (CSV) of een deponie is geen gebruik van bodemmaterialen, de aannemer krijgt hiervoor dus geen bodembeheerrapport. U kan in deze gevallen de afvoerdocumenten opvragen.

Tip: vraag tijdens de uitvoering van de werken regelmatig een stand van zaken op bij uw aannemer. Een bodembeheerrapport kan enkel afgeleverd worden indien voorafgaandelijk aan het transport of het gebruik binnen de werf een grondverzettoelating werd aangevraagd.

Ja, wanneer de milieukwaliteit dit toelaat.  Het is dus een vereiste om voorafgaandelijk aan de werken over het technisch verslag en de conformverklaring ervan te beschikken. De erkende bodemsaneringsdeskundige geeft in het technisch verslag aan

  • of de specie tijdelijk op de oever mag worden gedeponeerd voor ontwatering;
  • of deze al dan niet ook definitief mag blijven liggen of afgevoerd moet te worden. 

Bijkomend moet u het technisch verslag en de conformverklaring ten laatste 30 dagen voor de start van de werken overmaken aan het gemeentebestuur waar de werken worden uitgevoerd. (Dit vervangt de vroegere aanplakking.)

Zonder technisch verslag is oeverdeponie niet mogelijk en kan de specie enkel naar een centrum voor slibverwerking worden afgevoerd.  Op dat centrum wordt van de specie – na ontwatering – een technisch verslag opgemaakt.

In noodgevallen mag de waterloop nog steeds geruimd worden om problemen te voorkomen (overstroming) en kan de specie op de oever gedeponeerd worden volgens de code van goede praktijk die de randvoorwaarden en kwaliteitseisen bepaalt.  Kortelings daarna moet het technisch verslag worden opgesteld, dat de verder te nemen acties zal bepalen. 

Uiteraard kan de specie ook steeds onmiddellijk naar een centrum voor slibverwerking worden afgevoerd.  Op dat centrum wordt van de specie – na ontwatering – een technisch verslag opgemaakt.


Technisch verslag

  • Schakel een erkende bodemsaneringsdeskundige (eBSD) in voor de opmaak van een technisch verslag.
  • Bezorg de erkende bodemsaneringsdeskundige de beschikbare info over het terrein: historiek van het terrein (huidige & voormalige activiteiten), bestaande bodemonderzoeken ...
  • Bezorg de erkende bodemsaneringsdeskundige gedetailleerde informatie over het te realiseren project: de te ontgraven/baggeren/ruimen zones, volumes en dieptes.
    Tip: laat uw ontwerper/architect een grondverzettabel overmaken aan de bodemsaneringsdeskundige die de deelvolumes beschrijft per fase of deelzone.
  • Het technisch verslag moet vervolgens conform worden verklaard door een erkende bodembeheerorganisatie zoals Grondbank vzw.
    Tip: vraag aan uw eBSD om de conformverklaring aan te vragen aansluitend op het finaliseren ervan.  (Het tijdstip van indienen heeft immers geen impact op de geldigheid van de conformverklaring.)
  • Voeg het technisch verslag en de conformverklaring toe aan het bestek, offertevraag, aanbestedingsdocumenten. Vraag aan uw studiebureau/architect om de juiste posten te voorzien in de meetstaat, aangepast aan de resultaten van het technisch verslag.

Met ‘bodemmaterialen’ wordt bedoeld:

  • Uitgegraven bodem die vrijkomt bij de uitvoering van grondwerken
  • Bagger- en ruimingsspecie
  • Bentoniet/grondmengsels die vrijkomen bij de uitvoering van grondboringen, gestuurde boringen
  • Grondbrij afkomstig van het triëren en wassen van teeltgewassen uit de vollegrond (voedingsindustrie)

U bent verplicht om een technisch verslag op te laten maken voor bouw- of infrastructuurproject en bagger- of ruimingswerken waarbij bodemmaterialen zullen vrijkomen. Dit geldt ook voor de bodemmaterialen die vrijkomen tijdens de uitvoering van gestuurde boringen of diepteboringen, waarbij er een opmenging met bentoniet optreedt. 

Er zijn echter een aantal uitzonderingen (art. 173) waarvoor de opmaak van een technisch verslag niet verplicht is.

  1. De bodemmaterialen zijn afkomstig van een niet-verdachte grond en het totale volume bedraagt minder dan 250 m³. (Het totale volume heeft betrekking op het volume bodemmaterialen dat uitgegraven, gebaggerd of geruimd wordt of afkomstig is van het triëren en wassen van een oogst uit volle grond. (Het volume is m.a.w. niet beperkt tot de grondoverschot die afgevoerd moeten worden, maar heeft betrekking op alle partijen die vrijkomen.)
  2. De bodemmaterialen zijn afkomstig van een verdachte grond, het totale volume bedraagt minder dan 250 m³ en de bodemmaterialen worden gebruikt binnen de kadastrale werkzone; 
  3. De bodemmaterialen worden binnen de zone voor gebruik ter plaatse opnieuw gebruikt, ongeacht het volume van de totale uitgraving;
  4. De bodemmaterialen worden uitgegraven, gebaggerd of geruimd in het kader van een bodemsanering en worden gebruikt volgens de voorwaarden van het conformiteitsattest van het (beperkt) bodemsaneringsproject.

Wanneer verschillende partijen, waarvoor per individuele partij de opmaak van een technisch verslag niet verplicht was, samengevoegd worden tot een samengestelde hoop, geldt alsnog de verplichting voor een technisch verslag van zodra de samengestelde hoop groter is dan 250 m³ (met uitzondering van grondbrij).

Een technisch verslag wordt opgemaakt onder leiding van een erkende bodemsaneringsdeskundige (eBSD). U vindt een lijst van alle eBSD op de website van de OVAM.

Grondbrij is de aarde die vrijkomt bij het wassen van land- en tuinbouwgewassen. Omdat grondbrij afkomstig is van landbouwterreinen (niet verdacht) en slechts in beperkte hoeveelheden vrijkomt, is de opmaak van een technisch verslag niet nodig. Ook indien de grondbrij – afkomstig van verschillende leveringen land- en tuinbouwgewassen – wordt samengevoegd tot meer dan 250 m³, moet er geen technisch verslag worden opgemaakt (in tegenstelling tot andere bodemmaterialen die worden samengevoegd tot meer dan 250m³).

Het transport van de grondbrij moet wel voorafgaandelijk gemeld worden bij een erkende bodembeheerorganisatie.

Grondbrij blijft vrijgesteld van de verplichting voor de opmaak van een technisch verslag omdat het grondbrij afkomstig is van landbouwterreinen (niet verdacht) en slechts in beperkte hoeveelheden vrijkomt. In tegenstelling tot andere bodemmaterialen is er ook geen verplichting tot opmaak van een technisch verslag wanneer de grondbrij wordt samengevoegd tot een volume van meer dan 250m³.  

Waarom deze vrijstelling? Op de inrichtingen waar grondbrij vrijkomt nemen de landbouwers opnieuw bodem (aarde) mee. Dit is een continu proces waarbij de stelselmatige analyse van de bodem vertragend zou werken, terwijl de kans op het vaststellen van bodemverontreiniging beperkt is.  

Het transport van de grondbrij moet wel voorafgaandelijk gemeld worden bij een erkende bodembeheerorganisatie zoals hierboven toegelicht.


Terminologie

Voor hergebruik van grond binnen de werf gelden iets soepelere hergebruiksmogelijkheden dan voor afvoer van grondoverschotten, echter nog steeds in overeenstemming met het standstill-beginsel: het hergebruik mag geen significante invloed hebben op de milieukwaliteit van de ontvangende zone. 

Een “kadastrale werkzone” bakent ruimtelijk de zone af waarbinnen een (licht) verontreinigde partij (binnen het project) hergebruikt kan worden in overeenstemming met dit standstill-beginsel.

De kadastrale werkzone(s) wordt afgebakend op het zoneringsplan door de erkende bodemsaneringsdeskundige.

De verplichting voor een technisch verslag en bodembeheerrapport is niet enkel vereist voor afvoer van grondoverschotten maar geldt ook voor hergebruik binnen de werf. Er zijn een aantal uitzonderingen voorzien, waaronder hergebruik binnen de zone voor gebruik ter plaatse.

Een zone voor gebruik ter plaatse is een zone waarbinnen de uitgegraven bodem op nagenoeg dezelfde plaats en dus onder dezelfde condities en in dezelfde toepassing wordt teruggelegd (art. 158, 13°).  Een zone voor gebruik ter plaatse kan worden afgebakend voor 5 concrete situaties:

  1. aanleg of het herstel van nutsleidingen,
  2. het herstel van oevers en dijkprofielen en
  3. het gebruik van uitgegraven teelaarde in vergunde ontginningen,
  4. het herstel van stranden en duinen na noodweer
  5. archeologisch onderzoek.

Voor deze situaties wordt in de code van goede praktijk omschreven onder welke voorwaarden het gebruik binnen een zone voor gebruik ter plaatse mogelijk is. Enkel onder die voorwaarden is géén technisch verslag en bodembeheerrapport vereist voor het hergebruik van de gronden binnen de werf.  

Overschotten van dergelijke werken vallen buiten de vrijstelling, hiervoor is wél een technisch verslag vereist. Dit kan door de gestapelde hoop op de werf zelf te laten bemonsteren of op een tussentijdse opslagplaats.


Erkende bodemsaneringsdeskundige

De opdrachtgever is verplicht om een technisch verslag op te laten maken voor bouw- of infrastructuurproject en bagger- of ruimingswerken waarbij bodemmaterialen zullen vrijkomen.

Dit geldt ook voor de bodemmaterialen die vrijkomen tijdens de uitvoering van gestuurde boringen of diepteboringen, waarbij er een opmenging met bentoniet optreedt.

Er zijn echter een aantal uitzonderingen (art. 173) waarvoor de opmaak van een technisch verslag niet verplicht is.

  1. De bodemmaterialen zijn afkomstig van een niet-verdachte grond en het totale volume bedraagt minder dan 250 m³. (Het totale volume heeft betrekking op het volume bodemmaterialen dat uitgegraven, gebaggerd of geruimd wordt of afkomstig is van het triëren en wassen van een oogst uit volle grond.)
  2. De bodemmaterialen zijn afkomstig van een verdachte grond, het totale volume bedraagt minder dan 250 m³ en de bodemmaterialen worden gebruikt binnen de kadastrale werkzone
  3. De bodemmaterialen worden binnen de zone voor gebruik ter plaatse opnieuw gebruikt, ongeacht het volume van de totale uitgraving;
  4. De bodemmaterialen worden uitgegraven, gebaggerd of geruimd in het kader van een bodemsanering en worden gebruikt volgens de voorwaarden van het conformiteitsattest van het (beperkt) bodemsaneringsproject.
  5. Wanneer verschillende partijen, waarvoor per individuele partij de opmaak van een technisch verslag niet verplicht was, samengevoegd worden tot een samengestelde hoop, geldt alsnog de verplichting voor een technisch verslag van zodra de samengestelde hoop groter is of was dan 250 m³ ( met uitzondering van grondbrij).

Art 158 van VLAREBO definieert ‘verdachte grond’ als volgt:

  1. risicogrond;
  2. grond die opgenomen is in het Grondeninformatieregister, als in een bodemonderzoek in het vaste deel van de aarde van die grond concentraties van stoffen zijn aangetroffen die hoger liggen dan de richtwaarden voor de bodemkwaliteit voor het vaste deel van de aarde;
  3. openbare weg, oude wegbedding en wegberm;
  4. grond waarvoor aanwijzingen bestaan van de aanwezigheid in het vaste deel van de aarde van stoffen in concentraties die hoger liggen dan de richtwaarden voor de bodemkwaliteit van het vaste deel van de aarde, en die is aangewezen door de minister;
  5. waterbodem van een oppervlaktewaterlichaam waarin huishoudelijk afvalwater of bedrijfsafvalwater wordt geloosd, of die hemelwater ontvangt dat afkomstig is van een gewest-, provinciale en snelweg.

Grondbrij is de aarde die vrijkomt bij het wassen van land- en tuinbouwgewassen. Omdat grondbrij afkomstig is van landbouwterreinen (niet verdacht) en slechts in beperkte hoeveelheden vrijkomt, is de opmaak van een technisch verslag niet nodig. Ook indien de grondbrij – afkomstig van verschillende leveringen land- en tuinbouwgewassen – wordt samengevoegd tot meer dan 250 m³, moet er geen technisch verslag worden opgemaakt (in tegenstelling tot andere bodemmaterialen die worden samengevoegd tot meer dan 250m³).

Het transport van de grondbrij moet wel voorafgaandelijk gemeld worden bij een erkende bodembeheerorganisatie.


Aannemer

De opdrachtgever is verplicht om een technisch verslag op te laten maken voor bouw- of infrastructuurproject en bagger- of ruimingswerken waarbij bodemmaterialen zullen vrijkomen.

Dit geldt ook voor de bodemmaterialen die vrijkomen tijdens de uitvoering van gestuurde boringen of diepteboringen, waarbij er een opmenging met bentoniet optreedt.

Ja, aansluiting is verplicht voor de organisaties betrokken bij de uitvoering van de werken, het transport, de tussentijdse opslag, grondreiniging of slibverwerking. Voor andere actoren is aansluiting optioneel. Voor meer toelichting verwijzen we naar het aansluitingsformulier.

Wanneer de opmaak van een technisch verslag verplicht is, moet 

  • een grondverzettoelating aangevraagd worden voor partijen die hergebruikt worden - zowel binnen als buiten de werf - en dit vooraleer de gronden worden verplaatst.  Op basis van de ontvangstverklaring wordt na levering een bodembeheerrapport afgeleverd.
  • een melding gebeuren voor alle andere transporten en dit voorafgaandelijk aan het transport. Het geleverde volume wordt bevestigd via een ontvangstverklaring.
    Bekijk het overzicht van de traceerbaarheidsprocedure.

Wanneer de opmaak van een technisch verslag niet verplicht is, volstaat het om de afvoer van de grondoverschotten te melden (voorafgaandelijk aan het transport) en het geleverde volume te bevestigen via een ontvangstverklaring.

Het transport van bodemmaterialen moet vergezeld zijn van een transportdocument. 

  • Voorafgaandelijk aan het gebruik binnen de werfzone of het transport naar de eindbestemming moet u een grondverzettoelating aanvragen. Vermeld het te transporteren volume en voeg een SVA toe aan de aanvraag.
  • Het transport mag pas aanvatten nadat u een grondverzettoelating heeft ontvangen. U kan een vrachtdocument downloaden.
  • Na afronding van het hergebruik of de afvoer bezorgt u een door de ontvanger ondertekende ontvangstverklaring aan de Grondbank
  • Op basis van deze ontvangstverklaring maakt de Grondbank een bodembeheerrapport op (een BBR per eindbestemming).
  • Bezorg uw opdrachtgever én de eindgebruiker een kopie van deze bodembeheerrapporten.

Voor afvoer van bodemmaterialen naar een tussentijdse opslagplaats, centrum voor grondreiniging, centrum voor slibverwerking of stortplaats volstaat het om voorafgaandelijk een grondtransportmelding te doen bij Grondbank.

Hoe ga ik te werk :

  • Doe voorafgaandelijk aan het transport een grondtransportmelding via Grondbank Online. Vermeld het te transporteren volume en de TOP, CGR of CSV waar de bodemmaterialen naar afgevoerd zullen worden.
  • Nadat u de melding heeft gedaan kan u een vrachtdocument downloaden.
    Opgelet : voor transport van verontreinigde bodemmaterialen, of transport naar een andere gewest of het buitenland (ook van niet-verontreinigde bodemmaterialen) dient het transport te worden vergezeld van een identificatieformulier voor afvalstoffen. 
  • Na afronding van het transport bezorgt u een door de ontvanger ondertekende ontvangstverklaring aan de Grondbank

Opgelet: Het transport van verontreinigde bodemmaterialen naar bijvoorbeeld een centrum voor grondreiniging, dient ook te worden vergezeld van een identificatieformulier voor afvalstoffen. 

Sinds 1 april 2019 is er een meldingsplicht voor alle vervoer van bodemmaterialen en dit met een voertuigcombinatie van meer dan 3,5 ton.

Concreet moeten de volgende transporten voorafgaandelijk bij een erkende bodembeheerorganisatie gemeld worden:

  • afvoer van bodemmaterialen (met of zonder technisch verslag) naar een tussentijdse opslagplaats, centrum voor grondreiniging of centrum voor slibverwerking;
  • afvoer van bodemmaterialen waarvoor geen technisch verslag moet worden opgemaakt (totale volume van de werken < 250m³, onverdacht terrein), vanaf de werf van herkomst naar een eindbestemming (bvb. een landbouwakker);
  • afvoer van bodemmaterialen, waarvoor een technisch verslag werd opgemaakt, naar een bestemming buiten Vlaanderen;
  • afvoer van (bodem)materialen, opgenomen in het technisch verslag, naar een stortplaats of naar een afvalverwerker.

Bodem die uitgegraven wordt in het Vlaamse Gewest, maar toegepast wordt in een ander gewest of land, moet voldoen aan de regelgeving van het betreffende gewest of land.

 Indien een technisch verslag werd opgesteld en conform verklaard door een erkende bodembeheerorganisatie dan moet het transport wel gemeld worden in het kader van de opvolging van de totale volumebalans.

Opgelet: Transport van bodemmaterialen naar een andere gewest of het buitenland (ook van niet-verontreinigde bodemmaterialen) wordt steeds beschouwd als een transport van afvalstoffen. Het transport dient steeds te worden vergezeld van een identificatieformulier voor afvalstoffen. 

Voor uitvoer naar het buitenland is bovendien EVOA van toepassing (Europese Verordening voor Overbrenging van Afvalstoffen). U dient een kennisgevingsdossier in te dienen bij OVAM.

Indien dit kadert in werken waarvoor een technisch verslag werd opgesteld en conform verklaard door een erkende bodembeheerorganisatie dan moet het transport gemeld worden in het kader van de opvolging van de totale volumebalans.  De partij wordt beschouwd als gemengde afvalstroom, er moet dus ook voldaan worden aan de verplichtingen voor transport van afvalstoffen (o.a. identificatieformulier).

Indien géén technisch verslag werd opgesteld en conform verklaard is géén extra melding bij de bodembeheerorganisatie vereist. De partij moet wel afgezeefd worden, dit kan bvb. op een tussentijdse opslagplaats. De afgezeefde steenfractie wordt verder afgehandeld volgens de bepalingen van het VLAREMA. De afgezeefde bodem valt verder onder de verplichtingen van de grondverzetsregeling.

Sinds 1 april 2019 geldt een meldingsplicht voor de afvoer van bodemmaterialen waarvoor de opmaak van een technisch verslag niet verplicht is tenzij het transport gebeurt met een maximale voertuigcombinatie van 3,5 ton). Voor dit type melding volstaat een aansluiting ‘kleine werven’

Hoe ga ik te werk:

  • Doe voorafgaandelijk aan het transport een grondtransportmelding via Grondbank Community. Vermeld het te transporteren volume en het adres van herkomst én de bestemming.
  • Nadat u de melding heeft gedaan kan u een transportdocument (vrachtbon) downloaden.
  • Na afronding van het transport bezorgt u een door de ontvanger ondertekende ontvangstverklaring aan de Grondbank

Vervoerder / schippers …

Ja, indien u vervoer wil uitvoeren in het kader van een grondverzettoelating of grondtransportmelding dient u inderdaad aangesloten te zijn.

Voor aannemers die enkel kleine werken uitvoeren -waarvoor de opmaak van een technisch verslag niet vereist is- voorziet de Grondbank een aansluiting als 'aannemer kleine werven'. Voor het transport van de bodemmaterialen die ikv dergelijke ‘kleine werven’ vrijkomen moet de vervoerder niet extra aangesloten zijn bij Grondbank, in zoverre dat de melding correct is gebeurd.

De uitvoerder van de werken (aannemer, grondwerker, baggerbedrijf) moet hiervoor eerst een grondverzettoelating aanvragen bij een erkende bodembeheerorganisatie (zoals Grondbank) en kan vervolgens het transportdocument (vrachtbon) van Grondbank downloaden vanaf onze webapplicatie. Alleszins dient uw vrachtdocument de referentie van de grondtransportmelding vermelden.
Ga zeker na of de aannemer de grondverzettoelating heeft aangevraagd.

Opgelet: de vrachtbon van de Grondbank vervangt nooit de CMR-vrachtbrief of het identificatieformulier (indien verplicht). 

In de gevallen dat het gebruik van de CMR of het identificatieformulier vereist is, of wanneer met een ander vrachtdocument gereden worden, is het niet nodig om ook de Grondbank-vrachtbon in de vrachtwagen bij te hebben en extra in te vullen, zolang de noodzakelijke gegevens die verwijzen naar de grondverzettoelating vermeld worden op de vervoersdocumenten.

De uitvoerder van de werken (aannemer, grondwerker, baggerbedrijf) moet dit transport voorafgaandelijk melden bij een erkende bodembeheerorganisatie (zoals Grondbank) en kan vervolgens het transportdocument van Grondbank downloaden vanaf onze webapplicatie. Alleszins dient uw vrachtdocument de referentie van de grondtransportmelding vermelden.
Ga zeker na of de aannemer deze melding heeft gedaan.

De uitvoerder van de werken (aannemer, grondwerker, baggerbedrijf) moet dit transport voorafgaandelijk melden bij een erkende bodembeheerorganisatie (zoals Grondbank) en kan vervolgens het transportdocument van Grondbank downloaden vanaf onze webapplicatie. Alleszins dient uw vrachtdocument de referentie van de grondtransportmelding vermelden.

Opgelet: de vrachtbon van de Grondbank vervangt nooit de CMR-vrachtbrief of het identificatieformulier (indien verplicht). 

In de gevallen dat het gebruik van de CMR of het identificatieformulier vereist is, of wanneer met een ander vrachtdocument gereden worden, is het niet nodig om ook de Grondbank-vrachtbon in de vrachtwagen bij te hebben en extra in te vullen, zolang de noodzakelijke gegevens die verwijzen naar de grondverzettoelating vermeld worden op de vervoersdocumenten.

Omdat (gewest)grensoverschrijdend transport van bodemmaterialen altijd wordt beschouwd als transport van afvalstoffen (ook niet-verontreinigde bodemmaterialen), dient dit steeds te worden vergezeld van een identificatieformulier voor afvalstoffen en moet voldaan worden aan de bepalingen voor vervoer van afvalstoffen. 

Indien een technisch verslag werd opgesteld en conform verklaard door een erkende bodembeheerorganisatie dan moet de uitvoerder van de werken (aannemer, grondwerker, baggerbedrijf, …) het transport melden bij de bodembeheerorganisatie in het kader van de opvolging van de totale volumebalans.

Opgelet: Transport van bodemmaterialen naar een ander gewest of het buitenland (ook van niet-verontreinigde bodemmaterialen) wordt steeds beschouwd als een transport van afvalstoffen. Het transport dient steeds te worden vergezeld van een identificatieformulier voor afvalstoffen.

Voor uitvoer naar het buitenland is bovendien EVOA van toepassing (Europese Verordening voor Overbrenging van Afvalstoffen). U dient een kennisgevingsdossier in te dienen bij OVAM.

Voorlopig niet


Tussentijdse opslagplaatsen / centra voor grondreiniging / centra voor slibverwerking (TOP/CGR/CSV)

Indien de overschotten grond, bagger- en ruimingsspecie of bentonietslib afkomstig zijn van kleine werven waarvoor de opmaak van een technisch verslag niet verplicht is, dan moet u voor de opslag niet aansluiten bij een erkende bodembeheerorganisatie.

Wel moet het transport van en naar de TOP/CSV  steeds voorafgaandelijk gemeld worden

Opgelet: als u overschotten samengevoegd tot méér dan 250 m³, is de opmaak van een technisch verslag (en vervolgens de aanvraag van een grondverzettoelating) wél verplicht. In dat geval moet de TOP/CSV wél aansluiten voor zijn TOP-activiteiten.

Sinds 1 april 2019 moet het transport van bodemmaterialen, ook wanneer de opmaak van een technisch verslag niet verplicht is, voorafgaandelijk gemeld worden aan een erkende bodembeheerorganisatie. Deze meldingsplicht geldt evenzeer voor afvoer van de bodemmaterialen naar een TOP, CGR of CSV. De melding gebeurt door de uitvoerder van de werken.

De melding kan online gebeuren via de Grondbank Community. Er zijn 2 mogelijkheden:

  • Grondtransportmelding: melding van afvoer naar een tussentijdse opslagplaats, centrum voor grondreiniging of centrum voor slibverwerking, van bodemmaterialen waarvoor er reeds een technisch verslag beschikbaar is (op de plaats van herkomst);
  • Grondtransportmelding onbekend: melding van afvoer naar een tussentijdse opslagplaats, centrum voor grondreiniging of centrum voor slibverwerking, van bodemmaterialen waarvoor er nog geen technisch verslag beschikbaar is (bvb. grondoverschotten van werken aan nutsleidingen).

Een voorafgaandelijke melding van afvoer van een partij naar een TOP/CGR/CSV is bovendien een expliciete voorwaarde om de resultaten van het technisch verslag te behouden. Wanneer een partij bodemmaterialen waarvoor al een technisch verslag werd opgemaakt op de werf van herkomst (en conform verklaard) zonder voorafgaandelijke melding naar een TOP, CGR of CSV werd vervoerd, dan dient de partij opnieuw volledige conform de bemonsteringsprocedure ingekeurd te worden. Een controlemonster volstaat m.a.w. niet.

Grote partijen
Partijen die voor hetzelfde gebruik in aanmerking komen mogen steeds samengevoegd worden. Dat betekent dus dat er voor elk van de individuele partijen eerst een conform verklaard technisch verslag beschikbaar moet zijn. Indien een bijkomende inkeuring vereist is, moet het resultaat daarvan eerst gekend zijn en moet de oorspronkelijke kwaliteit bevestigd worden.

Na samenvoeging gelden voor de samengevoegde partij de gebruiksmogelijkheden van de “slechtste” partij. Samenvoegen om een betere milieukwaliteit te bekomen dan voor samenvoeging is verboden (verdunnen).

Enkele voorbeelden:

  • 2 partijen bodemmaterialen met driedelige code 211 kunnen worden samengevoegd, voor een gebruik als bodem.
  • Een partij met driedelige code 411 mag worden samengevoegd met een partij met driedelige code 921, tenminste wanneer een bouwkundig bodemgebruik wordt beoogd. De volledige samengevoegde partij krijgt de driedelige code 921.

Kleine grondoverschotten
Op een tussentijdse opslagplaats, centrum voor grondreiniging of centrum voor slibverwerking kunnen partijen kleiner dan 250 m³ en op voorwaarde dat ze van eenzelfde type herkomst zijn, worden samengevoegd tot maximaal 1000 m³, waarna van de volledige partij een technisch verslag wordt opgemaakt.

Opgelet: wanneer u kleine partijen van niet verdachte herkomst, waarvoor géén technisch verslag verplicht was, samenvoegt tot meer dan 250 m³, is de opmaak van een technisch verslag voor de samengevoegde partij alsnog verplicht.


Studiebureau / ontwerper / architect

In de VLAREBO zelf worden architect, studiebureau of ontwerper niet expliciet vermeld, maar u voert een aantal taken uit in opdracht van de bouwheer die wél wettelijke verplichtingen heeft in het kader van de grondverzetsregeling. Maak hierover duidelijk afspraken met uw opdrachtgever.

Zo berekent u als architect, studiebureau of ontwerpbureau de uit te graven of baggeren volumes en maakt u de uitvoeringsplannen op. Deze gegevens (uitgravingszones, dieptes …) zijn essentieel voor de opmaak van het technisch verslag en de verdere opvolging van de volumebalans door de bodembeheerorganisatie tijdens de uitvoering van de werken.  U heeft er alle belang om tijdig alle nodige informatie over te maken aan de erkende bodemsaneringsdeskundige met het oog op een vlotte uitvoering.

Bijkomend maakt u meestal ook de prijsvraag, het bestek of aanbestedingsdocumenten op.  In het technisch verslag en de conformverklaring kunnen een aantal uitvoeringsbepalingen staan die best vertaald worden in duidelijke afspraken in de prijsvraag, bestek of aanbestedingsdocumenten.  Voeg het technisch verslag en de conformverklaring dus niet zomaar toe als bijlage, maar verifieer of aangepaste/extra meetposten voorzien moeten worden in de meetstaat, aangepast aan de resultaten van het technisch verslag.  

Tot slot bent u mogelijk ook belast met het toezicht op de werken. 


Landbouwers / voedingsverwerkende bedrijven

Grondbrij blijft vrijgesteld van de verplichting voor de opmaak van een technisch verslag omdat het grondbrij afkomstig is van landbouwterreinen (niet verdacht) en slechts in beperkte hoeveelheden vrijkomt. In tegenstelling tot andere bodemmaterialen is er ook geen verplichting tot opmaak van een technisch verslag wanneer de grondbrij wordt samengevoegd tot een volume van meer dan 250m³.  

Waarom deze vrijstelling? Op de inrichtingen waar grondbrij vrijkomt nemen de landbouwers opnieuw bodem (aarde) mee. Dit is een continu proces waarbij de stelselmatige analyse van de bodem vertragend zou werken, terwijl de kans op het vaststellen van bodemverontreiniging beperkt is.  

Het transport van de grondbrij moet wel voorafgaandelijk gemeld worden bij een erkende bodembeheerorganisatie zoals hierboven toegelicht.

Zowel landbouwbedrijven als voedingsverwerkende bedrijven hebben de mogelijkheid om de melding op periodieke basis te doen, en dit door aan te sluiten als periodiek melder grondbrij.  

Indien de afvoer van de grondbrij wordt verzorgd door een aannemer van grondwerken, dan dient deze zelf de melding uit te voeren. Zorg dat hierover op voorhand goede afspraken worden gemaakt.

Ja, een transportdocument (vrachtbon) is verplicht. Dit moet minstens de volgende gegevens bevatten:

  1. de identiteit van de producent van de grondbrij
  2. de identiteit van de vervoerder;
  3. de datum van transport van de bodemmaterialen;
  4. de plaats van oorsprong van de bodemmaterialen;
  5. de plaats van bestemming van de bodemmaterialen;
  6. de hoeveelheid bodemmaterialen;
  7. de nodige verwijzingen naar de melding.

De vrachtbon die u via Grondbank Community kan downloaden, nadat u het transport heeft gemeld, voldoet aan deze verplichtingen (een aantal gegevens dienen nog aangevuld te worden).