TOP, CGR, CSV

Tussentijdse opslagplaatsen (TOP) |Centra voor grondreiniging (CGR) | Centra voor slibverwerking (CSV)

U bent een tussenschakel in de keten van bodemmaterialen die vrijkomen bij de uitvoering van de grond-, bagger- of ruimingswerken. Deze bodemmaterialen worden gestapeld, afgezeefd, ontwaterd en/of gereinigd op uw Tussentijdse opslagplaats (TOP), centrum voor slibverwerking (CSV) of centrum voor grondreiniging (CGR).

Bij de inname, de acceptatie, de verschillende bewerkingen, tot en met de afvoer van de bodemmaterialen moet u voldoen aan een traceerbaarheidsprocedure conform Vlarebo hoofdstuk XIII. 

U heeft 2 mogelijkheden om beroep te doen op de diensten van de Grondbank:

  • Aansluiten als Bedrijfsgebonden tussentijdse opslagplaats – B-TOP of centrum voor slibverwerking. Grondbank ontwikkelde hiertoe het ‘Draaiboek voor bedrijfsgebonden opslag. B-TOP’s /CSV zijn tussentijdse opslagplaatsen die hoofdzakelijk gronden van eigen werken stapelen en verwerken. Grondreiniging is niet voorzien in ons draaiboek.
  • Aansluiten als C-TOP, C-CGR of C-CSV met het oog op het behalen van een certificaat. Hiervoor baseert de Grondbank zich op het ‘Kwaliteitsreglement ihkv de certificatie en erkenning van TOP’s, CGR’s en CSV’s. Het behalen van een certificaat is een minimumvereiste voor het behalen van een erkenning (minister van leefmilieu).

U kan bij ons terecht voor:

  • Het indienen van een technisch verslag ter conformverklaring
  • Toegang tot onze Grondbank Community voor o.a.
  • Het aanvragen van grondverzettoelatingen of het melden van een transport
  • Het beheer van uw partijen
  • Ondersteuning bij de opmaak van het technisch dossier en advies betreffende de exploitatie van uw TOP, CGR of CSV
  • Opleidingen op maat - infosessies
Grondverzet voor TOP’s, CGR’s en CSV

FAQ

Indien de overschotten grond, bagger- en ruimingsspecie of bentonietslib afkomstig zijn van kleine werven waarvoor de opmaak van een technisch verslag niet verplicht is, dan moet u voor de opslag niet aansluiten bij een erkende bodembeheerorganisatie.

Wel moet het transport van en naar de TOP/CSV  steeds voorafgaandelijk gemeld worden

Opgelet: als u overschotten samengevoegd tot méér dan 250 m³, is de opmaak van een technisch verslag (en vervolgens de aanvraag van een grondverzettoelating) wél verplicht. In dat geval moet de TOP/CSV wél aansluiten voor zijn TOP-activiteiten.

Sinds 1 april 2019 moet het transport van bodemmaterialen, ook wanneer de opmaak van een technisch verslag niet verplicht is, voorafgaandelijk gemeld worden aan een erkende bodembeheerorganisatie. Deze meldingsplicht geldt evenzeer voor afvoer van de bodemmaterialen naar een TOP, CGR of CSV. De melding gebeurt door de uitvoerder van de werken.

De melding kan online gebeuren via de Grondbank Community. Er zijn 2 mogelijkheden:

  • Grondtransportmelding: melding van afvoer naar een tussentijdse opslagplaats, centrum voor grondreiniging of centrum voor slibverwerking, van bodemmaterialen waarvoor er reeds een technisch verslag beschikbaar is (op de plaats van herkomst);
  • Grondtransportmelding onbekend: melding van afvoer naar een tussentijdse opslagplaats, centrum voor grondreiniging of centrum voor slibverwerking, van bodemmaterialen waarvoor er nog geen technisch verslag beschikbaar is (bvb. grondoverschotten van werken aan nutsleidingen).

Een voorafgaandelijke melding van afvoer van een partij naar een TOP/CGR/CSV is bovendien een expliciete voorwaarde om de resultaten van het technisch verslag te behouden. Wanneer een partij bodemmaterialen waarvoor al een technisch verslag werd opgemaakt op de werf van herkomst (en conform verklaard) zonder voorafgaandelijke melding naar een TOP, CGR of CSV werd vervoerd, dan dient de partij opnieuw volledige conform de bemonsteringsprocedure ingekeurd te worden. Een controlemonster volstaat m.a.w. niet.

Grote partijen
Partijen die voor hetzelfde gebruik in aanmerking komen mogen steeds samengevoegd worden. Dat betekent dus dat er voor elk van de individuele partijen eerst een conform verklaard technisch verslag beschikbaar moet zijn. Indien een bijkomende inkeuring vereist is, moet het resultaat daarvan eerst gekend zijn en moet de oorspronkelijke kwaliteit bevestigd worden.

Na samenvoeging gelden voor de samengevoegde partij de gebruiksmogelijkheden van de “slechtste” partij. Samenvoegen om een betere milieukwaliteit te bekomen dan voor samenvoeging is verboden (verdunnen).

Enkele voorbeelden:

  • 2 partijen bodemmaterialen met driedelige code 211 kunnen worden samengevoegd, voor een gebruik als bodem.
  • Een partij met driedelige code 411 mag worden samengevoegd met een partij met driedelige code 921, tenminste wanneer een bouwkundig bodemgebruik wordt beoogd. De volledige samengevoegde partij krijgt de driedelige code 921.

Kleine grondoverschotten
Op een tussentijdse opslagplaats, centrum voor grondreiniging of centrum voor slibverwerking kunnen partijen kleiner dan 250 m³ en op voorwaarde dat ze van eenzelfde type herkomst zijn, worden samengevoegd tot maximaal 1000 m³, waarna van de volledige partij een technisch verslag wordt opgemaakt.

Opgelet: wanneer u kleine partijen van niet verdachte herkomst, waarvoor géén technisch verslag verplicht was, samenvoegt tot meer dan 250 m³, is de opmaak van een technisch verslag voor de samengevoegde partij alsnog verplicht.

Grondverzet voor TOP’s, CGR’s en CSV