vormvereisten bij niet-genormeerde parameters

19.06.2023

Wanneer in het kader van de opmaak van een technisch verslag parameters worden geanalyseerd waarvoor er geen normen zijn voorzien in Vlarebo (bijlage IV, V, of VI), dan dient de erkende bodemsaneringsdeskundige zelf toetsingswaarden voor te stellen.

Het is essentieel dat erkende bodemsaneringsdeskundige in het technisch verslag duidelijk aantoont dat hij de vereiste stappen heeft doorlopen, alvorens het technisch verslag conform kan worden verklaard. Daarom zetten we alle vormvereisten nog eens op een rijtje.

Wanneer spreken we van niet-genormeerde parameters ?

Niet-genormeerde parameters zijn die verontreinigende stoffen waarvoor het Vlarebo geen norm vermeldt in:

  • bijlage IV (BSN) en/of
  • bijlage V (WVG) en/of
  • bijlage VI (totaalconcentraties BBG)

Opgelet: sommige parameters zijn slechts gedeeltelijk genormeerd. Er is bvb. wel een waarde vrij gebruik voorzien in bijlage V, maar geen bodemsaneringsnorm of geen norm voor bouwkundig bodemgebruik (andere variaties zijn ook mogelijk)

Over welke niet-genormeerde parameters spreken we doorgaans?

Niet-genormeerde parameters worden vaker geanalyseerd dan gedacht en komen dus regelmatig voor in een klassiek technisch verslag . We denken bijvoorbeeld aan:

  • PAK’s: antraceen, fluoreen, dibenz(ah)antraceen, acenafteen, acenaftyleen en pyreen (geen bijlage VI)
  • PFAS (deze worden voorlopig als niet-genormeerd beschouwd)

Voor wegenwerken en heterogene/samengestelde partijen komen daar PCB’s (niet opgenomen in bijlage IV) bij, en voor bagger- en ruimingswerken ook OCP’s (niet opgenomen in bijlage IV of VI), of in specifieke gevallen TBT (niet-genormeerd).

Daarnaast worden soms ook specifieke niet- of deels genormeerde parameters geanalyseerd thv bvb. verdachte punten of sites als gevolg van de (voormalige) activiteiten op die terreinen. VOCl’s (niet opgenomen in bijlage VI) zijn hier een typisch voorbeeld van.

Wat wordt van de eBSD verwacht?

We onderscheiden 2 stappen :

  • Het afleiden van een toetsingswaarde
  • De rapportage van de gevolgde werkwijze in het technisch verslag

1. Afleiden van een toetsingswaarde

We verwijzen hiervoor naar de standaardprocedure voor opmaak technisch verslag:

Voor parameters die niet opgenomen zijn in bijlage IV, V of VI van het VLAREBO, gaat de erkende bodemsaneringsdeskundige bij het evalueren van het analyseresultaat uit van eigen opgestelde toetsingswaarden.

Deze toetsingswaarden worden afgeleid volgens:

  • ofwel de methodologie in het rapport ‘Afleiding en onderbouwing gemeenschappelijk normenkader voor grondstoffen en uitgegraven bodem in Vlaanderen’ (Broos et al., 2015). Dit document gaat in op de principes en methodes gehanteerd bij het berekenen van de risico-gebaseerde grenswaarden voor vrij gebruik als bodem en als bouwkundig bodemgebruik of in een vormvast product en geeft richtlijnen voor het afleiden van waarden voor niet-genormeerde parameters (link).
  • ofwel de methodologie in het document ‘Basisinformatie voor risico-evaluatie’ (link).

Het document ‘Principes bij het afleiden van de waarde vrij gebruik en de waarde voor bouwkundig bodemgebruik' (VITO, 2018) (link) lijst de stappen op die doorlopen dienen te worden om waarden voor vrij gebruik of bouwkundig bodemgebruik/in een vormvast product af te leiden voor niet-genormeerde parameters volgens de methodologie opgenomen in het rapport ‘Afleiding en onderbouwing gemeenschappelijk normenkader voor grondstoffen en uitgegraven bodem in Vlaanderen’ (Broos et al., 2015). .

Al deze documenten zijn beschikbaar op de site van de OVAM (zie bovenstaande links).

2. Rapportage: verwerking in het technisch verslag

De motivatie van de opgestelde toetsingswaarden wordt bijgevoegd bij het technisch verslag. Het is ook aan te bevelen dat de erkende bodemsaneringsdeskundige zijn sjabloon technisch verslag uitbreidt met:

  • de motivatie van de opgestelde of gehanteerde toetsingswaarde(s);
  • de vermelding van die toetsingswaarde(s);
  • een toetsingstabel die duidelijk verwijst naar die toetsingswaarde(s);
  • een besluit dat duidelijk aangeeft of de gemeten concentraties voldoen aan de gehanteerde toetsingswaarde(s).

Op basis van de toetsingswaarden en de stofeigenschappen van de niet-genormeerde parameter bepaalt de erkende bodemsaneringsdeskundige de gebruiksvoorwaarden voor de bodemmaterialen. Deze gebruiksvoorwaarden worden eveneens opgenomen in het technisch verslag

Let op: de gehanteerde toetsingswaarde moet afgestemd zijn op het type gebruik:

  • afvoer van de bodemmaterialen als bodem
  • gebruik binnen de kadastrale werkzone. Bevestig steeds dat het gebruik van de bodemmaterialen niet leidt tot een bijkomende verontreiniging van het grondwater en dat de mogelijke blootstelling aan de verontreinigende stoffen geen bijkomend risico oplevert
  • gebruik van de bodemmaterialen in een bouwkundige toepassing

Het kan dus nodig zijn om meerdere toetsingswaarden af te leiden.

Wat met waarden uit voorgaande onderzoeken (OBO/BBO/BSP) of afkomstig van buiten Vlaanderen?

In overleg met de OVAM werd beslist dat de erkende bodemsaneringsdeskundige in sommige gevallen eerder afgeleide toetsingswaarden of normen uit andere landen/gewesten mag hanteren. Hij dient daarbij echter na te gaan of deze toetsingswaarden nog relevant zijn en bovendien toepasbaar zijn op de specifieke situatie. Zo kan het bvb zijn dat een eerder afgeleide toetsingswaarde rekening hield met de bijzondere situatie op dat onderzoeksterrein. Ook kan het zijn dat normen uit het buitenland niet op dezelfde basis werden opgesteld.

Daarom is het essentieel dat de erkende bodemsaneringsdeskundige steeds bevestigt dat de gehanteerde toetsingswaarde is afgeleid volgens een methodiek vergelijkbaar met deze vermeld in de huidige standaardprocedure voor opmaak TV.

Let bovendien op met waarden uit voorgaande onderzoeken: deze zijn vaak enkel relevant in de context van hergebruik binnen de KWZ.

Heeft u hierover vragen ? Contacteer ons dan via grondbank@grondbank.be