Tijdens de meerdaagse opleiding voor erkende bodemsaneringsdeskundigen van Grondbank vzw kwamen op 24 maart twee onderwerpen aan bod die het gebruik van bodemmaterialen vanuit het bredere plaatje bekijken.
In de grondverzetregeling zijn de voorwaarden voor het gebruik van bodemmaterialen toegespitst op de chemische en fysische verontreiniging: enerzijds de maximale concentraties aan verontreinigende stoffen en anderzijds de beperkingen op bijmenging van bodemvreemde materialen.
Er is daarnaast steeds meer aandacht voor bodemzorg in de bredere zin: hoe kunnen we de bodem beschermen, regenereren of herstellen zodat die in staat is ecosysteemfuncties optimaal te vervullen. Het besef groeit dat een gezonde bodem veel meer inhoudt dan de klassieke verontreinigingsproblematiek, en dat deze complexe materie een andere aanpak vereist.
Sinds 2019 is de delfstoffentoets opgenomen als onderdeel van het technisch verslag, met als doel de inzet van bodemmaterialen als vervanging van primaire delfstoffen te optimaliseren.
Bodemzorg
Elisa Vermeulen (Ossiado) nam ons mee in de boeiende wereld van de levende bodems met zijn complexe structuren en rijke biodiversiteit: hoe het samenspel tussen bodem, water, lucht, planten en dieren complexe ecosystemen vormen die de basis zijn voor al het leven op aarde en de mens cruciale ecosysteemdiensten bieden.
Ze ging dieper in op de vraag hoe je als erkende bodemsaneringsdeskundige bij het opstellen van een technisch verslag nu aan de slag kan met het ruime begrip bodemzorg: van ambassadeurschap voor de grondverzetregeling, over het zichtbaar maken en benoemen van bodems, tot een ruimere blik op gebruik van bodemmaterialen binnen een project of gebied.
Meer info: Grondbank - bodemzorg, Grond+zaken, Ossiado
Delfstoffentoets
Jasper Verhaegen (Departement Omgeving) dook nog wat dieper in de ondergrond en liet ons kennismaken met de rijke geologie onder onze voeten. Hij gaf aan wat het belang is van de delfstoffentoets, namelijk het zo optimaal mogelijk inzetten van bodemmaterialen in hoogwaardige toepassingen om zo de druk op de ontginningen mee te verlichten.
De zogenaamde delfstoffentoets – beschreven in de Standaardprocedure voor de opmaak van het technisch verslag - is een instrument waarmee de erkende bodemsaneringsdeskundige ihkv een bouw-, infrastructuur-, of baggerproject die waardevolle ontginbare partijen kan aanduiden.
Er staan via de Databank Ondergrond Vlaanderen heel wat tools ter beschikking om de delfstoffentoets in te vullen. Zo kunnen het virtueel profiel en een virtuele boring worden geraadpleegd via de geologische kaarten. Recenter zijn de 3D geologische modellen en kaarten, die een beeld geven van de geologische lagen die je kan verwachten ter hoogte van het project.
Voor een aantal delfstoffen is er een specifiek model beschikbaar dat ook de mogelijkheid geeft om op basis van zone en diepte het te verwachten volume van een delfstof te berekenen. Deze modellen bestaan voor leem en zand en grind van Maas en Rijn. Voor de regio Antwerpen is er ook een ondiep geologisch model beschikbaar.
De modellen en kaarten geven een goede indicatie van de te verwachten geologische lagen en potentiële delfstoffen op een bepaalde locatie, maar het blijven uiteraard benaderingen van de werkelijkheid. Het is dan ook cruciaal om deze gegevens te verifiëren aan de hand van de waarnemingen tijdens het veldwerk. Op basis van lithologische beschrijvingen en/of analyses van grondmonsters uit boringen kan je nagegaan of de geologische eenheden effectief potentieel hebben als delfstof. Je kan bijvoorbeeld vergelijken met lithologische beschrijvingen nabij de ontginningslocaties.
Meer informatie over het uitvoeren van de delfstoffentoets vind je op https://www.dov.vlaanderen.be/page/delfstoffentoets-grondverzet.
Heb je vragen over bodemzorg en de delfstoffentoets? joris.vanderhallen@grondbank.be