Sinds 1 maart 2024 is er een nieuwe richtlijn beschikbaar betreffende de cementeringsplicht en acceptatievoorwaarden voor het storten van afvalstoffen die vrije asbestvezels bevatten.
Deze richtlijn gaat ook dieper in op bodemmaterialen, o.a. afkomstig uit afdruipzones.
Je kan deze richtlijn hier raadplegen.
We vatten de belangrijkste bepalingen samen:
Bodemmaterialen
Voor bodemmaterialen geldt algemeen een cementeringsplicht vanaf een concentratie > 0,5 Gew.-% vrije asbestvezels. Hierop geldt een uitzondering indien voor een partij cumulatief
voldaan is aan volgende drie voorwaarden:
Afdruipzones
Voor de verwerking van bodemmaterialen afkomstig uit afdruipzones is de vereenvoudigde, administratieve werkwijze van toepassing, met vrijstelling van de administratieve voorwaarden beschreven in Titel III a) (o.a. sectorattest niet-verwerkbaar, storttoelating en acceptatieverklaring) .
Bodemmaterialen uit afdruipzones bevatten typisch hecht- en niet-hechtgebonden asbestcementdeeltjes, meegevoerd door hemelwater dat afstroomt van een asbestcementen dak- of gevelbekleding. Het asbestgehalte varieert, maar ligt voor een uitgegraven partij afdruipzone in regel lager dan de drempel voor cementering van bodemmaterialen (Titel III) zijnde 0,5 Gew.-% vrije asbestvezels (5000 mg/kg.ds).
Storten van deze bodemmaterialen kan op categorie 1 stortplaatsen voor gevaarlijk afval in afgesloten (container)bags (dubbelwandig, stofdicht afsluitbaar en bestand tegen scheuren bij het lossen).
De richtlijn benadrukt ook het belang van het basiskarakteriseringsdocument ihkv de traceerbaarheid van de asbesthoudende bodemmaterialen.
Voor het storten van afdruipzones zijn in het kader van de acceptatie voor de basiskarakterisering (meer info) geen Vlarem-II analyses (matrixanalyse en uitloogparameters) en geen PFAS-analyses nodig indien op basis van de beschikbare gegevens gemotiveerd kan worden dat de afdruipzone geen verdachte herkomst heeft (risicolocatie of verontreinigde zone).
Raadpleeg deze documenten op onze website (Vakinformatie)