Omzendbrief als houvast voor gebruik van bodemmaterialen ondertekend door de minister - 16 juli 2025

16.07.2025

17/09/2025: update voorwaarden BBG

Op 16 juli 2025 heeft de Vlaamse minister van Omgeving en Landbouw de omzendbrief over de onderbouwing van toetsingswaarden voor het gebruik van PFAS-houdende bodemmaterialen ‘Omzendbrief VR20252006/MED.0250 van 10 juni 2025’ ondertekend. De omzendbrief is gericht aan de erkende bodembeheerorganisaties, de erkende tussentijdse opslagplaatsen, erkende grondreinigingscentra en erkende inrichtingen voor opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie. 

Op 23 juli 2025 geeft Grondbank een Webinar waarin we uitgebreid ingaan op deze omzendbrief.

Context

De omzendbrief geeft duiding voor de onderbouwing van toetsingswaarden voor PFOS, PFOA en de som PFAS voor gebruik van bodemmaterialen en voor de beoordeling van deze toetsingswaarden. 

Met deze omzendbrief reikt de Vlaamse regering richtlijnen aan voor de beoordeling van de voorwaarden voor het gebruik van PFAS-houdende bodemmaterialen volgens de bepalingen van VLAREBO, hoofdstuk 13 (o.m. bij de beoordeling van technische verslagen en de aanvragen tot grondverzettoelating). Niet enkel de erkende bodembeheerorganisaties, erkende tussentijdse opslagplaatsen, erkende grondreinigingscentra en erkende inrichtingen voor opslag en behandeling van bagger- en ruimingsspecie maar ook de erkende bodemsaneringsdeskundigen kunnen dit kader hanteren om weloverwogen beslissingen te nemen bij de beoordeling van de PFAS-analyses die zijn opgenomen in de technische verslagen.

In de mededeling van 10 juni 2025 werd tevens aangegeven dat de omzendbrief een uniforme toepassing van toetsingswaarden bij technische verslagen en grondverzettoelatingen beoogt, en rekening houdt met recente arresten van de Raad van State over de Oosterweelwerken. 

De omzendbrief zal binnen twee jaar worden geëvalueerd.

De OVAM publiceerde daarnaast 'Informatie over richtinggevende toetsingswaarden voor bodemonderzoek en sanering voor PFAS. Aanvulling bij Basisinformatie voor risico-evaluaties' (zie verder).

Praktische implementatie - afspraken worden gemaakt 

De erkende bodembeheerorganisaties overleggen momenteel met o.a. de erkende bodemsaneringsdeskundigen, OVB en OVAM over de praktische implementatie van deze omzendbrief.  Wij houden jullie op de hoogte.

De richtinggevende toetsingswaarden voor gebruik van bodemmaterialen samengevat 

1. Toetsingswaarden voor vrij gebruik van bodemmaterialen 

Voor vrij gebruik worden strengere toetsingswaarden vooropgesteld voor terreinen gelegen in bestemmingstype I/II en/of Waterwingebieden & Beschermzones I, II, III. De toetsingswaarden voor bestemmingstype III-V zijn minder streng.

2. Gebruik buiten de KWZ - Studie Ontvangende Grond

Voor bodemmaterialen die niet voldoen aan de richtinggevende toetsingswaarden voor Vrij gebruik, is gebruik buiten de kadastrale werkzone mogelijk, mits een studie ontvangende grond wordt uitgevoerd. De volgende randvoorwaarden dienen daarbij zeker in acht te worden genomen:

In de aan te voeren bodemmaterialen:

  • zijn de gemiddelde concentraties kleiner dan of gelijk aan deze in de ontvangende grond
  • zijn de concentraties PFOS en PFOA kleiner dan of gelijk aan:
    • 80% van de voor de ontvangende grond geldende toetsingswaarde bodemsanering
    • de toetsingswaarde bodemsanering voor bestemmingstype III
  • is de concentratie van elke individuele PFAS-parameter kleiner dan of gelijk aan 25 µg/kg*
  • is de som van alle gemeten PFAS is kleiner dan of gelijk aan 250 µg/kg*
  • voldoen de PFAS-concentraties in het eluaat van de uitloogtest aan de parameterwaardes PFAS voor drinkwater:
    • Som 20 PFAS: 100 ng/l
    • Som PFAS (met uitzondering van TFA): 500 ng/l
    • TFA : 15,6 µg/l

[* nat gewicht ('fresh weight' - fw), om te rekenen naar µg/kg ds. Bij een gravimetrisch vochtgehalte van 0,13 kg water/kg fw kan de waarde omgerekend worden door te delen door 0,87.]

3. Gebruik binnen de kadastrale werkzone 

Voor bodemmaterialen die niet voldoen aan de richtwaarden voor Vrij Gebruik, dient voor gebruik binnen de KWZ aan de volgende randvoorwaarden te worden voldaan:

    • de KWZ moet afgebakend zijn conform de CvGP voor afbakening van de KWZ 
    • het gebruik van de bodemmaterialen mag over het geheel genomen geen ongunstige effecten op het milieu of de menselijke gezondheid hebben mag geen bijkomende verontreiniging van het grondwater teweegbrengen
    • in waterwingebieden en beschermingszones I–III wordt het gebruik afgeraden indien uitloogwaarden PFAS de parameterswaarden voor drinkwater overschrijden 

    4. Bouwkundig Bodemgebruik / Vormvast Product

    Voor bouwkundige en vormvaste toepassingen maakt de bijlage bij de omzendbrief een onderscheid tussen de algemene toepassingen en toepassingen 
    in ondergrondse infiltratievoorzieningen en in Waterwingebieden & Beschermzones I, II, III

      4.1. Algemene toepassingen - BBG/VVP

      • Bodemmaterialen die voldoen aan de richtinggevende toetsingswaarden voor vrij gebruik van bodemmaterialen voor bestemmingstypes III – V kunnen vrij gebruikt worden als bouwkundig bodemgebruik en in een vormvast product.
      • Bodemmaterialen die niet voldoen aan bovenvermelde toetsingswaarden, komen in aanmerking voor bouwkundig bodemgebruik of gebruik in een vormvast product onder volgende voorwaarde:
        • In de aan te voeren bodemmaterialen
          • is de concentratie van elke individuele PFAS-parameter kleiner dan of gelijk aan 25 µg/kg*
          • is de som van alle gemeten PFAS kleiner dan of gelijk aan 250 µg/kg*
      • de PFAS-concentraties in het eluaat van de uitloogtest voldoen aan de parameterwaardes PFAS voor drinkwater:
        • Som 20 PFAS: 100 ng/l
        • Som PFAS (met uitzondering van TFA): 500 ng/l
        • TFA : 15,6 µg/l 
      • “Indien de parameterwaardes PFAS voor drinkwater worden overschreden kunnen de bodemmaterialen enkel gebruikt worden onder de voorwaarden van punt 3.3 voor gebruik binnen een kadastrale werkzone.”

      [* nat gewicht ('fresh weight' - fw), om te rekenen naar µg/kg ds. Bij een gravimetrisch vochtgehalte van 0,13 kg water/kg fw kan de waarde omgerekend worden door te delen door 0,87.]

      4.2. BBG in ondergrondse infiltratievoorzieningen en in WW/BZ I, II, III

      • De bodemmaterialen voldoen aan de richtinggevende toetsingswaarden voor vrij gebruik van bodemmaterialen voor bestemmingstypes I en II

      5. Gebruik in groeves

      Voor gebruik in groeves wordt een onderscheid gemaakt tussen de 'geïsoleerde' en 'niet-geïsoleerde' groeve. 

      Een erkend bodemsaneringsdeskundige bepaalt de hydro(geo)logische toestand van een bepaalde groeve of graverij aan de hand van de standaardprocedure voor de studie voor de vergunning van het gebruik van bodemmaterialen in een groeve of graverij (OVAM, 2019).

        De volledige teksten vindt u hier.

        * nat gewicht ('fresh weight' - fw), om te rekenen naar µg/kg ds. Bij een gravimetrisch vochtgehalte van 0,13 kg water/kg fw kan de waarde omgerekend worden door te delen door 0,87.

        Richtlijn mbt toetsingswaarden bodemonderzoek en sanering
        De OVAM publiceerde daarnaast 'Informatie over richtinggevende toetsingswaarden voor bodemonderzoek en sanering voor PFAS. Aanvulling bij Basisinformatie voor risico-evaluaties'. In dit document worden de volgende toetsingswaarden bodemsanering vermeld: 

        Meer info over de toetsingswaarden bodemonderzoek en sanering vind je hier