Op 7 augustus 2024 werd een ge-update versie van de Standaardprocedure voor de opmaak van het technisch verslag goedgekeurd door Vlaams minister Zuhal Demir, via het 'ministerieel besluit tot vaststelling van de codes van goede praktijk voor de afbakening van een kadastrale werkzone en voor het gebruik van bodemmaterialen binnen een kadastrale werkzone, en van de standaardprocedure voor de opmaak van het technisch verslag voor het gebruik van bodemmaterialen'.
De wijzigingen in deze nieuwe versie hebben enerzijds betrekking op de afbakening van de kadastrale werkzone, zodat de SP in lijn is met de nieuwe Codes van Goede Praktijk voor afbakening van de KWZ en het gebruik van bodemmaterialen binnen de KWZ. Anderzijds werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele andere verduidelijkingen of aanpassingen door te voeren.
We vatten ze voor jullie samen:
- Project en Projectzone (blz 14): Het technisch verslag dient een (beknopte) beschrijving te bevatten van het te verwezenlijken natuur-, land-, of landschapsinrichting, de ontwikkeling van een bouwwerk, infrastructuur of een civieltechnische toepassing of meerdere van die elementen samen. Ook de projectzone, met de af te graven, te baggeren of te ruimen partijen, maar evengoed de locaties waar de vrijgekomen bodemmaterialen eventueel gebruikt kunnen worden, dient duidelijk omschreven te worden. De locaties van (her)aanvullingen, op te hogen en aan te vullen zones vormen de samen de 'gebruiksruimte'.
- Conceptueel Sitemodel (blz 15): De rol van het CSM wordt concreter beschreven: de eBSD verwerkt de resultaten van de voorstudie in het CSM, o.a. als basis voor de bemonsteringsstrategie. Aan de hand van de vaststellingen tijdens het veldwerk en de bekomen resultaten verifieert de eBSD vervolgens dit CSM.
- Opgeslagen hopen bodemmaterialen (blz 28): 'Vooraleer de erkende bodemsaneringsdeskundige kan overgaan tot de opmaak van het technisch verslag moet hij zich ervan gewissen dat het een hoop bodemmateriaal en niet een hoop opgeslagen afvalstoffen betreft'. Deze passage werd toegevoegd met als doel te vermijden dat illegale situaties (bvb. gesluikstorte hopen) zouden worden geregulariseerd via de grondverzetsregeling.
- 'Gekende historiek' (blz 29 en verder): in de SP wordt 'gekende herkomst' vervangen door 'gekende historiek', in het kader van de te kiezen bemonsteringsstrategie voor opgeslagen hopen. Daarmee wordt benadrukt dat niet zozeer de locatie van herkomst een doorslaggevende rol speelt, maar wel de graad van verdachtheid, op basis van de historiek op die plaats van herkomst. Concreet: het opgeven van het adres van herkomst volstaat zeker niet om de de vereenvoudigde strategie toe te passen.
Daaraan gelinkt wordt opgelijst welke partijen als 'ongekende historiek' of 'heterogeen' dienen beschouwd te worden (blz 30-31) . - Bentonietslib (blz 34): de SP vermeldt nu expliciet de CMA 1/A.9 of CMA1/A.12 (na ontwatering).
- PFAS (blz 37): De nieuwe tekst legt niet meer de nadruk op de toplagen, maar geeft aan dat de eBSD de meest PFAS-verdachte lagen van de bodem dient te analyseren. Dit kan bvb. gaan over bodemlagen in de verzadigde zone.
Deze passage is relevant voor het aantal stalen dat je neemt in kader van de minimale strategie (basisscreening). Daarnaast dien je ter hoogte van een potentieel PFAS-verdachte zone bijkomend onderzoek, zoals dat algemeen geldt voor andere verdachte punten en zones. - Niet-genormeerde stoffen (blz 41-42): Voor parameters die niet opgenomen zijn in bijlage IV, V of VI van het VLAREBO, houdt de erkende
bodemsaneringsdeskundige bij het evalueren van het analyseresultaat rekening met de op dat moment geldende bepalingen, of indien niet beschikbaar, de door de erkende bodemsaneringsdeskundige zelf opgestelde toetsingswaarden. Deze algemene formulering kan bvb. verwijzen naar geldende richtwaarden, of bvb. een tijdelijk handelingskader. - Gebruik binnen de kadastrale werkzone (blz 47): naast de verwijzing naar de geldende CvGP m.b.t. de kadastrale werkzone, wordt ook benadrukt dat het hergebruik van bodemmaterialen niet in strijd mag zijn met de bepalingen van een bodemsaneringsproject of het bijhorende conformiteitsattest.
- Rapportage van de kadastrale werkzone (blz 52-53): de SP geeft gedetailleerd aan welke gegevens de eBSD moet opnemen in het technisch verslag. Deze gegevens zijn onontbeerlijk voor het bekomen van een conformverklaring.
De volledige tekst van de Standaardprocedure voor de opmaak van het technisch verslag vind je hier.
Heeft u nog vragen over deze nieuwe Standaardprocedure? Contacteer ons via grondbank@grondbank.be