De richtinggevende toetsingswaarden voor gebruik van bodemmaterialen samengevat
1. Toetsingswaarden voor vrij gebruik van bodemmaterialen
Voor vrij gebruik worden strengere toetsingswaarden vooropgesteld voor terreinen gelegen in bestemmingstype I/II en/of Waterwingebieden & Beschermzones I, II, III. De toetsingswaarden voor bestemmingstype III-V zijn minder streng.

2. Gebruik buiten de KWZ - Studie Ontvangende Grond
Voor bodemmaterialen die niet voldoen aan de richtinggevende toetsingswaarden voor Vrij gebruik, is gebruik buiten de kadastrale werkzone mogelijk, mits een studie ontvangende grond wordt uitgevoerd. De volgende randvoorwaarden dienen daarbij zeker in acht te worden genomen:
In de aan te voeren bodemmaterialen:
- zijn de gemiddelde concentraties kleiner dan of gelijk aan deze in de ontvangende grond
- zijn de concentraties PFOS en PFOA kleiner dan of gelijk aan:
- 80% van de voor de ontvangende grond geldende toetsingswaarde bodemsanering
- de toetsingswaarde bodemsanering voor bestemmingstype III
- is de concentratie van elke individuele PFAS-parameter kleiner dan of gelijk aan 25 µg/kg*
- is de som van alle gemeten PFAS is kleiner dan of gelijk aan 250 µg/kg*
- voldoen de PFAS-concentraties in het eluaat van de uitloogtest aan de parameterwaardes PFAS voor drinkwater:
- Som 20 PFAS: 100 ng/l
- Som PFAS (met uitzondering van TFA): 500 ng/l
- TFA : 15,6 µg/l
[* nat gewicht ('fresh weight' - fw), om te rekenen naar µg/kg ds. Bij een gravimetrisch vochtgehalte van 0,13 kg water/kg fw kan de waarde omgerekend worden door te delen door 0,87.]
3. Gebruik binnen de kadastrale werkzone
Voor bodemmaterialen die niet voldoen aan de richtwaarden voor Vrij Gebruik, dient voor gebruik binnen de KWZ aan de volgende randvoorwaarden te worden voldaan:
- de KWZ moet afgebakend zijn conform de CvGP voor afbakening van de KWZ
- het gebruik van de bodemmaterialen mag over het geheel genomen geen ongunstige effecten op het milieu of de menselijke gezondheid hebben mag geen bijkomende verontreiniging van het grondwater teweegbrengen
- in waterwingebieden en beschermingszones I–III wordt het gebruik afgeraden indien uitloogwaarden PFAS de parameterswaarden voor drinkwater overschrijden
4. Bouwkundig Bodemgebruik / Vormvast Product
Voor bouwkundige en vormvaste toepassingen maakt de bijlage bij de omzendbrief een onderscheid tussen de algemene toepassingen en toepassingen in ondergrondse infiltratievoorzieningen en in Waterwingebieden & Beschermzones I, II, III
4.1. Algemene toepassingen - BBG/VVP
- Bodemmaterialen die voldoen aan de richtinggevende toetsingswaarden voor vrij gebruik van bodemmaterialen voor bestemmingstypes III – V kunnen vrij gebruikt worden als bouwkundig bodemgebruik en in een vormvast product.
- Bodemmaterialen die niet voldoen aan bovenvermelde toetsingswaarden, komen in aanmerking voor bouwkundig bodemgebruik of gebruik in een vormvast product onder volgende voorwaarden:
- In de aan te voeren bodemmaterialen
- is de concentratie van elke individuele PFAS-parameter kleiner dan of gelijk aan 25 µg/kg*
- is de som van alle gemeten PFAS kleiner dan of gelijk aan 250 µg/kg*
- de PFAS-concentraties in het eluaat van de uitloogtest voldoen aan de parameterwaardes PFAS voor drinkwater:
- Som 20 PFAS: 100 ng/l
- Som PFAS (met uitzondering van TFA): 500 ng/l
- TFA : 15,6 µg/l
- “Indien de parameterwaardes PFAS voor drinkwater worden overschreden kunnen de bodemmaterialen enkel gebruikt worden onder de voorwaarden voor gebruik binnen een kadastrale werkzone.”
[* nat gewicht ('fresh weight' - fw), om te rekenen naar µg/kg ds. Bij een gravimetrisch vochtgehalte van 0,13 kg water/kg fw kan de waarde omgerekend worden door te delen door 0,87.]
4.2. BBG in ondergrondse infiltratievoorzieningen en in WW/BZ I, II, III
- De bodemmaterialen voldoen aan de richtinggevende toetsingswaarden voor vrij gebruik van bodemmaterialen voor bestemmingstypes I en II
5. Gebruik in groeves
Voor gebruik in groeves wordt een onderscheid gemaakt tussen de 'geïsoleerde' en 'niet-geïsoleerde' groeve.

Een erkend bodemsaneringsdeskundige bepaalt de hydro(geo)logische toestand van een bepaalde groeve of graverij aan de hand van de standaardprocedure voor de studie voor de vergunning van het gebruik van bodemmaterialen in een groeve of graverij (OVAM, 2019).
De volledige teksten vindt u hier.