Algemeen geldt dat een partij grond mag worden gebruikt worden in Wallonië indien deze grond voldoet aan de volgende voorwaarden:
Gehalte aan stenen en bodemvreemde materialen: maximaal (massa- en volume %) :
- 1 % niet-gevaarlijke bouw- en sloopafval, andere dan inerte;
- 5 % organische materialen zoals hout of plantenresten;
- 5 % inert bouwpuin zoals beton, bakstenen, dakpannen, ceramische of bitumineuze materialen;
- 50 % steenachtig materiaal van nature aanwezig, zoals rotsresten.
Voor grondoverschotten afkomstig van wegenwerken, die worden hergebruikt in het platform van een andere weg mag het gehalte aan bouwpuin maximaal 10% bedragen.
Opmerkingen: koolresten dienen beschouwd te worden als organisch materiaal. Asbest valt onder geen enkele van de vermelde categorieën.
De concentraties aan verontreinigende stoffen in de bodem mogen nooit hoger zijn dan :
- 40% van de ‘valeurs seuil’ voor minerale olie en 80 % voor de overige ‘valeurs seuils’ van annex 1 van het Waalse decreet decreet van 1 maart 2018 (Décret relatif à la gestion et à l’assainissement des sols), en dit overeenkomstig het bestemmingstype van de ontvangende grond/perceel (type d’usage);
- Indien de grond van nature verhoogde concentraties bevat, kan deze – mits het respecteren van voorgaande bepalingen - ook worden toegepast op een terrein met eenzelfde of hoger (minder kwetsbaar) bestemmingstype, als wordt aangetoond dat het ontvangen de terrein gelijkaardige natuurlijke concentraties bevat.