FAQ
|
01. Aansluiten bij de Grondbank 02. Aansprakelijkheid en verzekering 03. Technisch verslag 04. Bodembeheerrapport 05. Procedure Grondbank – varia 06. Vervoerders 07. (Gewest)grens-overschrijdend transport |
08. Terminologie 09. Bouwkundig bodemgebruik/Vormvast Product (bouwstof) 10. Op de werf 11. Tussentijdse opslagplaatsen en centra voor grondreiniging 12. Grondbank Online 13. Definitieve Opslagplaatsen (DOP's): groeves en graverijen |
11. Tussentijdse opslagplaatsen en centra voor grondreiniging
-
Moet ik altijd een grondtransportmelding doen voorafgaandelijk aan de afvoer naar een tussentijdse opslagplaats of een centrum voor grondreiniging?
Een voorafgaandelijke grondtransportmelding is verplicht voor:- alle partijen uitgegraven bodem van meer dan 250m³
- partijen uitgegraven bodem van meer dan 50 m³ indien de opmaak van een technisch verslag verplicht is.
Hoe een Grondtransportmelding doen? -
Mag ik op een tussentijdse opslagplaats verschillende partijen samenvoegen?
1. Grote partijen
Partijen die voor hetzelfde gebruik in aanmerking komen mogen steeds samengevoegd worden. Dat betekent dus dat er voor elk van de individuele partijen eerst een conform verklaard technisch verslag beschikbaar moet zijn. Indien een bijkomende inkeuring vereist is, moet het resultaat daarvan eerst gekend zijn en de oorspronkelijke kwaliteit bevestigd.
Nooit kan een samengevoegde partij in een “schonere” Milieuhygiënische categorie terecht komen dan de categorie van de slechtste milieuhygiënische kwaliteit waarin de oorspronkelijke partij uitgegraven bodem vooraf werd ingedeeld.
Enkele voorbeelden:- 2 partijen uitgegraven bodem met driedelige code 211 (vrij gebruik in bestemmingstypes I t.e.m. V) kunnen worden samengevoegd, voor een gebruik als bodem.
- Een partij met driedelige code 411 mag worden samengevoegd met een partij met driedelige code 921, tenminste wanneer een bouwkundig bodemgebruik wordt beoogd. De volledige samengevoegde partij krijgt de driedelige code 921.
2. Kleine grondoverschotten
Onverdachte partijen
Kleine grondoverschotten van niet-verdachte herkomst, waarvoor de opmaak van een technisch verslag niet verplicht is (omdat de totale uitgraving < 250m³), mogen worden samengevoegd.
Wanneer u daarbij echter samenvoegt tot meer dan 250m³, dan is de opmaak van een technisch verslag wel verplicht. Dit betekent m.a.w. dat een erkende bodemsaneringsdeskundige een technisch verslag dient op te maken van de samengevoegde partij.
Kwaliteitsreglement voor tussentijdse opslagplaatsen en grondreinigingscentra: Op een tussentijdse opslagplaats of centrum voor grondreiniging kunnen kleinere partijen (< 250m³) worden samengevoegd tot maximaal 250m³ (400 ton), waarna van de volledige partij een technisch verslag wordt opgemaakt. Elke individuele partij van meer dan 40m³ moet afzonderlijk ingekeurd worden, tenzij ze van eenzelfde type herkomst is. -
Mag een B-TOP uitgegraven bodem ontvangen die werd uitgegraven door
een andere aannemer?
Een bedrijfsgebonden tussentijdse opslagplaats mag ook uitgegraven bodem aanvaarden van een derde, maar er gelden andere voorwaarden voor wat betreft de inkeuring. Indien van de partij uitgegraven reeds een conform verklaard technisch verslag bestaat, moet er ter controle nog minstens één controlestaalname gebeuren door een erkende bodemsaneringsdekundige.
Voor partijen uitgegraven bodem waarvoor nog geen technisch verslag werd opgesteld, moet er uiteraard een volledige inkeuring gebeuren, volgens de "Standaardprocedure – opmaak van een technisch verslag". Een extra controlestaal is hier niet van toepassing, aangezien er toch nog een technisch verslag wordt opgemaakt. -
Moet voor een partij uitgegraven bodem die afgevoerd wordt naar
een tussentijdse opslagplaats of centrum voor grondreiniging al
een technisch verslag opgemaakt zijn?
Neen, een tussentijdse opslagplaats of centrum voor grondreiniging biedt net het voordeel om ongekende partijen tijdelijk in stock te houden, in afwachting van de opmaak van het technisch verslag. Dit kan zijn omdat er nog geen technisch verslag werd opgemaakt op de plaats van de uitgraving of omdat er bijkomende bemonstering nodig is om meer zekerheid te krijgen over de milieuhygiënische kwaliteit. Dit laatste is bvb steeds aangeraden bij gronden afkomstig van wegeniswerken.
Voorafgaandelijk aan de afvoer naar een TOP/CGR met de aannemer dit melden aan de bodembeheerorganisatie. Zie ook hoger.
Opgelet, de tussentijdse opslagplaats of het centrum voor grondreiniging moet uiteraard over de juiste milieuvergunning beschikken om dergelijke ongekende partijen te mogen ontvangen.
